Omgeslagen dagen
Voor een deftig Haags publiek vroeg iemand eens aan Mensje van Keulen (1946) waarom ze haar haar liet permanenten. Maar Mensje – roepnaam Mennie – heeft krullen van zichzelf. Punt. Al wordt haar haar naar eigen zeggen wel dunner nu ze ouder wordt. In de trein op weg naar Rotterdam, heeft ze net nog wat haren van haar jas geplukt. Die heeft ze stiekem laten vallen in het gangpad, bekent ze zondagmiddag in boekhandel Donner, waar ze wordt geïnterviewd door Maria Heiden (1944).
Het gesprek gaat over Omgeslagen dagen, een dagboek over de periode van 1983 tot 1987. Het is het vierde deel van een serie dagboekaantekeningen die Van Keulen jarenlang heeft bijgehouden. Het boek is begin dit jaar uitgekomen. Maanden daarvoor kwamen er al interviewverzoeken binnen. Dat gebeurt niet vaak en dat komt volgens Van Keulen door die nare Me Too‑ervaring die ze in haar dagboek beschrijft. Maar over die gebeurtenis willen Maria en Mensje het op deze middag niet hebben – dat moeten de mensen maar in het boek lezen.
Die is ook al dood
In Donner gaat het vandaag over het schrijversleven van Mensje van Keulen. Over hoe lastig het is om te schrijven, de eeuwige twijfel, rot recensies die je als schrijver maar moet slikken en over collega’s uit het vak die er niet meer zijn – “Die is ook al dood!”, roept ze zo vaak dat het bijna een running gag wordt.
Natuurlijk gaat het over Bosi, de kat van Mensje die “altijd twee bellen om heeft als hij naar buiten gaat”, zodat hij geen vogels kan vangen. Mensje houdt van dieren. Tegen dierenleed kan ze niet. Als jonge schrijver woonde ze vlak bij een abattoir. Iedere dag zag ze veewagens volgestouwd met dieren langs haar huis rijden. Sindsdien eet ze geen vlees meer.
Tommie Station
Ze vertelt over haar zoon Aldo, die – als Omgeslagen dagen begint – vier jaar is en die ze in haar eentje heeft opgevoed. Lees het maar niet, zegt ze nu tegen haar volwassen zoon over haar dagboeken. Behalve dat stukje over hem op het schoolplein: ‘De moeder van een vriendinnetje van Aldo zegt, nadat ze hem een snoepje heeft gegeven: “Wat zeg je dan?”. Hij zwijgt, dus ik: “Wat zeg je dan, Aldo?” Hij kijkt van de moeder naar mij en zegt: “Help!”.’
In Omgeslagen dagen werkt Mensje aan Tommie Station, een kinderboek dat later als theaterstuk wordt opgevoerd door het RO Theater in Rotterdam, samen met kinderen van Jeugdtheater Hofplein.
Tommie Station begint met een zin die ze altijd al eens heeft willen gebruiken voor een boek, een briljante openingszin:
‘Vroeger, maar dan nog eerder, bestonden er geen treinen’.



