Daar is de scholekster weer
Vandaag heb ik mijn eerste scholekster van het jaar gespot in Rotterdam. Op zijn lange, ranke poten scharrelde hij over het drooggevallen slib voor het Eiland van Brienenoord. In de winter zoeken scholeksters vaak de kust op en sommigen trekken zelfs naar Frankrijk of Spanje. In maart keren ze weer terug.
De scholekster is een markante verschijning: aan de bovenkant zwart en aan de onderkant wit. Hij heeft rode ogen en een oranje snavel. Door zijn bonte veren en het karakteristieke geluid dat hij maakt, wordt hij in Nederland liefkozend ‘bonte piet’ genoemd. Van oorsprong hoort hij thuis aan de kust en in de weilanden, maar tegenwoordig is hij een bekende stadsbewoner geworden, waar hij broedt op platte grinddaken.
Wist je dat zijn snavel door kan blijven groeien en van vorm kan veranderen? In de zomer is zijn snavel wat puntiger, om wormen uit de grond prikken bijvoorbeeld. In de winter gebruiken scholeksters hun snavel als een soort beitel om mosselen en kokkels te kunnen openen.



