De soundtrack van een natuureiland in de stad

Gespitst op geluid
Als radiomaker heb ik een tic opgelopen die ik niet snel meer kwijtraak: ik ben altijd gespitst op geluid. Niet alleen omdat een ronkende motor een opname kan verpesten, maar vooral omdat geluid sfeerbepalend is.
Een visarend die roept, een specht die roffelt, grind dat knerpt onder je voeten – geluiden kunnen beelden oproepen die soms scherper zijn dan een foto.

Ook in film is geluid onmisbaar. Zet het geluid bij een thriller uit en de spanning valt weg. Geluid bepaalt wat je voelt, zelfs als je het niet bewust hebt gehoord.

Wanneer geluid niet klopt
Toch gaat het weleens mis. Sinds Caspar Dullaart in De Scharrelaar schreef over gierzwaluwgeluiden in films die zich midden in de winter afspelen – terwijl gierzwaluwen er alleen in de zomer zijn – hoor ik het zelf ook vaker. Dan duikt er ineens een geluid op dat niet past bij het seizoen of de plek.
Stiekem vind ik dat wel grappig. Ik denk dat ik die fout zelf ook weleens heb gemaakt. Hopelijk hebben de echte natuurkenners dat niet gehoord.

Het orkest van het Eiland van Brienenoord
Daar moest ik aan denken toen ik van de week het Eiland van Brienenoord opliep. Ik werd verwelkomd door het oorverdovende gekwaak van kikkers in de poel. In juni kun je ze nog maar even horen; daarna wordt het langzaam stiller.

Langs de rivier klinkt het zachte klotsen van water tegen de oever. Ganzen dobberen voorbij, hun veren glanzend in de zon. De wind ruist door de bomen. Achter mij valt het koepoortje met een klap dicht. De Schotse Hooglanders geven geen kik, ze liggen loom op het wandelpad. Misschien luisteren ze net als ik, naar de geluiden van het bos verderop.

Halsbandparkieten scheren luid kwetterend door het bladerdak. En dan is er nog een ander geluid, vreemd en een beetje onheilspellend: een wilg die kraakt en zucht in de wind.

De stad zingt mee
Boven de rivier laten visdiefjes zich horen. Scherp, fel. Eén visdiefje maakt een duikvlucht. Zonder prooi komt hij weer boven.

Ondertussen is de stad nooit ver weg.  De sirene van een brandweerwagen, auto’s die op de brug in een vast ritme over het asfalt rollen. De klokken van de kerk in Oud-IJsselmonde luiden.
Bij het open stuk langs de oever lost een kraanwagen zand in het ruim van een schip. De grijper hangt even stil en laat dan zijn lading met een doffe dreun vallen. Een bouwradio zingt een lied dat zich mengt met het krijsen van de visdiefjes en het ruisen van de bomen.

Ook dat hoort hier zo. De natuur, de haven en de stad maken samen de soundtrack van het eiland.

Luisteren
Als ik bijna terug ben bij de poel met kikkers, kom ik langs bloeiende veldsalie. Bijen zoemen tussen de paarse bloemen. Wat vertellen die bijen eigenlijk?
Het schijnt dat een goede imker aan het gezoem kan horen hoe een bijenvolk zich voelt. Maar dit zijn wilde bijen — misschien vertellen die een heel ander verhaal.

Ik hou van de geluiden van het eiland. Daarom loop ik hier nooit met oortjes in. Geen muziek, geen podcast. Alleen luisteren, zodat je vanzelf beter om je heen kijkt en meer ziet.

Misschien werkt dat ook zo tussen mensen: echt luisteren naar iemand, zonder ondertussen te bedenken wat je zelf wilt zeggen.
Het Holland Festival — nog tot en met 22 juni — staat dit jaar in het teken van diep luisteren: niet alleen horen wat iemand zegt, maar proberen te begrijpen waarom iemand het zegt. Een mooi thema in een wereld waarin we steeds sneller als kemphanen tegenover elkaar staan.