Gezien: rammelende hazen in de wei langs de Delftse Schie, tussen Rotterdam en Delft

Hazen hebben het razend druk in de lente. Niet omdat ze paaseieren moeten verstoppen, maar omdat het paartijd is: rammeltijd.
Normaal leven hazen solitair en ’s nachts, maar met een beetje geluk kun je ze in deze tijd van het jaar overdag in de polder achter elkaar aan zien rennen in de wei.

Waarom hazen ‘boksen’
De mannetjes – rammelaars – gaan op zoek naar een vruchtbaar vrouwtje, een moer. In groepen jagen ze achter het vrouwtje aan. En als ze stoppen, gaan ze op hun achterpoten staan en delen ze met hun voorpoten rake klappen uit.
Als je het wel eens hebt gezien, snap je waarom dit ‘boksen’ wordt genoemd. Subtiel gaat het er niet aan toe, de plukken haar vliegen erbij in het rond.
Opvallend is dat het niet altijd mannetjes zijn die met elkaar in gevecht gaan. Ook vrouwtjes kunnen rake klappen uitdelen om een opdringerig mannetje van zich af te slaan.

Paartijd en jonge haasjes
Uiteindelijk krijgt de rammelaar met de beste conditie, die zich niet laat afschrikken door een paar stevige tikken – de kans om te paren.
Ongeveer veertig dagen later worden de jonge haasjes geboren. Zo zorgt de lente elk jaar weer voor nieuw leven in de polder.

Waarom de paashaas eieren brengt
En waarom hebben we met Pasen eigenlijk een paashaas die eieren verstopt? Dat komt doordat zowel hazen als eieren al eeuwenlang symbool staan voor vruchtbaarheid en nieuw leven.
De traditie van de paashaas komt oorspronkelijk uit Duitsland en is later naar Nederland overgewaaid. Inmiddels is het een vast onderdeel van Pasen geworden. Maar wie deze dagen een haas door de polder ziet stuiteren, weet dat die wel iets anders aan zijn hoofd heeft dan paaseieren verstoppen.